GOLDBERGVARIATIES

van Johann Sebastian Bach

 10 oktober 2019 | 20:15 uur in HET OUDE KERKJE te KORTENHOEF

 

Programmatoelichting door Wenneke Savenije

(printversie zie onderaan)

 Tegen de tijd dat Bach rond 1741 zijn Goldbergvariaties componeerde, volgens het titelblad bedoeld voor ‘de liefhebbers ter verstrooiing van hun gemoed’, vonden veel tijdgenoten zijn geleerde muziek te ‘ouderwets’, te ingewikkeld en te academisch.

In een even trotse als eigenzinnige reactie op dergelijke kritiek schreef de geniale Bach in de laatste tien jaar van zijn leven zijn meest abstracte werken, waaronder Das Musikalisches Opfer, de Kunst der Fuge en zijn Goldbergvariaties.

Slaapproblemen van graaf Hermann Carl von Keyserling zouden de directe aanleiding tot de Goldbergvariaties hebben gevormd, een alles behalve slaapverwekkende reeks van dertig variaties over een Aria (een weemoedige sarabande). Als beloning voor zijn ingenieuze meesterwerk ontving Bach van de graaf, die de variaties naar verluidt iedere avond in zijn slaapvertrek liet uitvoeren door een jonge, briljante klavecimbelspeler met de naam Johann Gottlieb Goldberg, een gouden beker met honderd Louis d’Or. Van deze Goldberg ontbreekt in de geschiedenisboeken en musicologische geschriften echter ieder spoor… 

Legendarisch werden twee opnames van de Goldbergvariaties: de klavecimbelversie (RCA) van pionierster Wanda Landowska uit 1945 en de laatste studio-opname van Glenn Gould uit 1981 (Sony), totaal uiteenlopende opnames die overeenstemmen in hun zangerigheid en bijna religieuze toewijding.

Landowska laat de klavecimbel zingen als een Bechstein-vleugel en de excentrieke Gould zingt hoorbaar de melodielijnen in stemmen en tussenstemmen mee. Beide opnames raken meer dan alle andere aan de mysterieuze essentie van Bachs variaties, die behalve talloze musici ook schrijvers – o.a. ‘Goldbergvariaties’ (2006) van Janine Hoekstein, ‘Contrapunt’ (2008) van Anna Enquist en ‘Goldberg’ (2015) van Bert Natter- en choreografen inspireerde.

Uit de vele opnames die dappere pianisten en klavecinisten inmiddels van de gecompliceerde en pianotechnisch bijna ‘onbegaanbare’Goldbergvariaties maakten, valt een wetmatigheid af te lezen: hoe abstracter de muziek, hoe persoonlijker de interpretaties.

De Aria waarop de dertig variaties – volgens het titelblad ‘veranderingen’ – waaruit Bachs  Goldbergvariaties zijn opgebouwd, ontleende de componist aan de vermoedelijk rond 1740 geschreven Aria uit het Klavierbüchlein für Anna Magdalena Bach, dat hij had samengesteld voor zijn tweede echtgenote Anna Magdalena Bach.

Deze Aria, waarmee de compositiecyclus wordt ingeleid, is een opmerkelijk lieflijke sarabande. De daarop volgende variaties worden gaandeweg steeds complexer en aan het slot van de cyclus eindigt Bach met een letterlijke herhaling van de openingsaria. Bijna alle variaties staan in de toonsoort G majeur, alleen voor de variaties 15, 21 en 25 koos Bach juist de toonsoort g mineur. De variaties volgen niet zozeer de melodie van de Aria, maar eerder het harmonisch verloop van de uit 32 ‘fundamentele’ noten opgebouwde baslijn.

Elke derde variatie is een intervalcanon, waarbij de intervallen in de opeenvolgende canons steeds groter worden, van prime tot none. De dertigste variatie is echter geen canon maar een meer ontspannen ‘quodlibet’ of ‘potpourri’. Daarin verwerkte Bach twee populaire liedjes uit zijn tijd, die hij muzikaal met zijn eigen thematiek vermengt: Ich bin so lang nicht bei Dir g’west (‘Ik ben zo lang niet bij jou geweest’) en Kraut und Ruben haben mich vertrieben (Zuurkool en rapen hebben mij weggejaagd). Alsof Bach tegen Anna Magdalena wilde zeggen: na al mijn gezwoeg aan die steeds complexer wordende variaties, wordt het nu tijd om weer gezellig samen met de kinderen zuurkool en rapen te gaan eten.

Wenneke Savenije

Hier kunt u de programmatoelichting uitprinten >>>>2019 Toelichting Goldbergvariaties Wenneke S